Verslaafde veelplegers krijgen niet de hulp die ze nodig hebben, maar worden wel jarenlang opgesloten

x
  • Jochem van Staalduine

De maatregel die kruimeldieven moet helpen hun leven te beteren, werkt steeds minder goed. Verslaafde veelplegers die gedwongen vastzitten, krijgen minder vaak de zorg die ze nodig hebben. In 2017 ontving nog 40 procent van de zogenoemde ISD’ers zorg buiten de muren van een gevangenis. Tegenwoordig is dat gedaald naar 28 procent, volgens de Nationale Drug Monitor. Dat blijkt uit onderzoek van Argos.

Nederland kan ervoor kiezen hulpbehoevende veelplegers twee jaar lang op te sluiten, hoe klein het door hen gepleegde misdrijf ook is. Beslaan het strafblad en politiedossier genoeg pagina’s, dan kunnen rechters de zogeheten ISD-maatregel al opleggen voor het achteroverdrukken van één blikje bier. Dat opsluiten heeft twee doelen: het beschermen van de samenleving én het helpen van veelplegers. Tussen 2004 en 2024 legden rechters 6.100 keer een ISD-maatregel op. Doorgaans zijn ISD’ers verslaafd en kampen ze met psychische problemen. 

De twee jaar brengen veelplegers door in een zogeheten Inrichting voor Stelselmatige Daders — vandaar de afkorting ISD. Een ISD-traject begint altijd in de gevangenis. Vanuit de cel werken ISD’ers toe naar een verblijf in bijvoorbeeld een forensische zorginstelling. Daar krijgen ze de specialistische hulp die ze nodig hebben, opdat ze uiteindelijk als gezondere burgers terugkeren in de maatschappij. Tot zover de theorie. 

Want in de praktijk blijven verslaafde winkeldieven en daklozen steeds vaker hangen in de cel. Het zorgtraject dat ze nodig hebben, stopt voortijdig of komt überhaupt niet van de grond. Op de laatste dag van opsluiting verblijft tegenwoordig slechts 51 procent van de ISD’ers in een zorginstelling, volgens cijfers uit de Nationale Drug Monitor. In 2018 lag dat percentage nog op 68 procent. 

Gevangenis als probleem

Argos sprak met ISD’ers, ISD-personeel, advocaten en wetenschappers over de ISD-maatregel. Zij noemen allerlei verklaringen voor de dalende cijfers, zoals bezuinigingen op het gevangeniswezen, wachtlijsten in de zorg en een groep veelplegers die kampt met ernstiger problemen dan voorheen. Meerdere gesprekspartners vinden de gevangenis ongeschikt als ISD-locatie: zowel het personeel als de regels zouden van nature zijn gericht op orde en discipline, niet op behandeling en begrip. 

Hoe dan ook is de recidive van vrijgelaten ISD’ers torenhoog: liefst 85 procent van ISD’ers pleegt binnen vier jaar na vrijlating een nieuw misdrijf, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Dat cijfer is afkomstig uit een rapport gepubliceerd in 2020, toen de ISD-maatregel nog relatief goed presteerde. Hoe de recidive zich sindsdien ontwikkeld heeft is onbekend. 

In de praktijk lijkt de ISD-maatregel verdacht veel op een gewone vrijheidsstraf, zegt hoogleraar sanctierecht Sanne Struijk van de Erasmus Universiteit. Dat mag niet: juridisch gezien is ISD namelijk geen straf, maar een maatregel —  en daarbij is hulp een verplicht onderdeel. Anders valt de jarenlange opsluiting voor kleine delicten als winkeldiefstal niet te rechtvaardigen. Struijk: ‘Als rechters willen overgaan tot twee jaar vrijheidsbeneming, dan moet de overheid ervoor zorgen dat er in die twee jaar ook iets gebeurt.’ 

In een reactie laat Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) weten dat de doorstroom van ISD’ers naar een zorginstelling ‘een belangrijk aandachtspunt’ is. De penitentiaire dienst benadrukt dat veelplegers kampen met complexe problematiek. Zij zijn gebaat bij deskundigheid en een langdurige, intensieve aanpak. Anders gezegd: de groep is zeer moeilijk te helpen. 

Ook de torenhoge recidive ‘blijft een belangrijk aandachtspunt’, volgens de woordvoerder van DJI. Ze merkt op dat veelplegers zonder ISD-maatregel nóg vaker recidiveren: 94 procent pleegt een misdrijf in de eerste vier jaar na vrijlating, tegenover 85 procent van de ISD’ers. Die daling van 9 procent zou een aanwijzing zijn dat ISD werkt.  

Deze publicatie is mede tot stand gekomen dankzij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (Fondsbjp.nl).