Burgemeesters: nieuwe strafbaarstellingswet niet uitvoerbaar

  • Nina van Raay

Burgemeesters van 17 grote gemeenten noemen de voorgestelde strafbaarstelling van illegaliteit in haar huidige vorm niet of slechts beperkt uitvoerbaar. Dat blijkt uit een enquête van Argos.

Argos vroeg burgemeesters van de 50 grootste gemeenten naar de voorgenomen strafbaarheid van illegaliteit, die binnenkort in de Eerste Kamer wordt besproken. 19 van hen vulden anoniem onze enquête in. Van hen gaven 12 aan de wet 'niet uitvoerbaar of handhaafbaar' te vinden. Nog eens 5 noemden de wet 'beperkt uitvoerbaar’. Twee van hen zeggen het nog niet te kunnen beoordelen.  

De burgemeesters hebben een diverse partijpolitieke achtergrond. Van de 9 die dit veld invulden, komen er 2 van de VVD, 2 van het CDA, 2 van de PvdA en 3 uit de categorie partijloos of ‘anders’. 

Prioriteit geven

Burgemeesters hebben niet de mogelijkheid om wetten naast zich neer te leggen. Wel gaan zij over de prioriteit die er aan de uitvoering wordt gegeven. Dit doen ze binnen hun gemeente samen het OM en de politie. 18 van de 19 burgemeesters gaven in de enquête aan dit onderwerp een lagere of veel lagere prioriteit te willen geven dan andere criminaliteitsvormen.  

Brede kritiek

Eerder was er al kritiek op de voorgenomen wet vanuit verschillende adviesorganen en uitvoeringsorganisaties. De politie maakt zich zorgen dat de criminaliteit door de strafbaarstelling juist zal toenemen, omdat mensen zonder geldig verblijf geen hulp meer durven te vragen aan de politie. Zo schreven zij afgelopen december aan de politiek: “Dit kan tot meer overlast en criminaliteit leiden, tot een grotere kwetsbaarheid van deze groep als mogelijk slachtoffer van uitbuiting en (indirect) tot oplopende spanningen in de samenleving.”   

De Dienst Justitiële Inrichtingen zei in reactie op de wet geen cellen beschikbaar te hebben voor extra gevangenen. De Dienst Terugkeer en Vertrek, belast met de uitvoering van terugkeer, wijst op een capaciteitsprobleem en schreef dat de wet daardoor mogelijk juist contraproductief werkt. Zonder extra capaciteit zouden ze namelijk juist minder tijd en middelen hebben voor hun kerntaak: werken aan het vertrek van mensen die niet in ons land mogen blijven. Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak waren ronduit kritisch.

De zorgen van de politie worden ook gedeeld door het Landelijk Coördinatiepunt Mensenhandel (Comensha). Volgens directeur en voormalig CDA-Kamerlid Anne Kuik zal de wet mensen zonder verblijfsrecht kwetsbaarder maken voor uitbuiting en Nederland per saldo zelfs onveiliger maken. “Als jij wordt uitgebuit en je durft niet naar de autoriteiten, dan blijft het menselijk leed doorgaan. Dat is natuurlijk onveilig. Alleen al voor de persoon zelf.” Bovendien heeft mensenhandel verschillende vormen. “Ook uitbuiting in de criminaliteit. Dat mensen gedwongen worden om bijvoorbeeld explosieven neer te leggen, om pakketjes rond te brengen. En ook als mensen niet durven te zeggen dat ze gedwongen worden, gaat dat natuurlijk wel door.” De strafbaarstelling geeft volgens haar criminelen een extra drukmiddel om controle uit te oefenen op hun slachtoffers. 

Hoogleraar migratie Arjen Leerkes verbaast zich niet over de antwoorden van de burgemeesters. “De politie mag op dit moment in Nederland niet zomaar buurten intrekken om te controleren of mensen onrechtmatig in Nederland verblijven. Dat mag alleen als er een redelijk vermoeden is dat de mensen die worden gecontroleerd onrechtmatig in Nederland verblijven. En dat vergt vaak veel onderzoek met een onduidelijke opbrengst voor de lokale veiligheid.”  

In de praktijk zal het accent volgens Leerkes blijven liggen op de opsporing van migranten zonder geldig verblijf die een risico opleveren voor de lokale openbare orde. De strafbaarstelling zal dus niet direct leiden tot meer aanhoudingen, verwacht hij. “Maar het kan er wel toe leiden dat irreguliere migranten, en de netwerken waarin zij zijn ingebed, zich uit angst meer aan de autoriteiten gaan onttrekken.” 

Geen aangifte doen

Argos deed ook een rondvraag onder zestig mensen die illegaal in Nederland verblijven. Meer dan een derde van hen gaf aan in het verleden al wel eens af te hebben zien van het inschakelen van de politie uit angst: voor de politie, voor uitzetting en voor het risico om te worden aangehouden. Zo zei een ondervraagde: “Ik word iedere keer geconfronteerd met de gedachte dat ik illegaal ben. Bijvoorbeeld op het moment dat ik ga fietsen en altijd mijn lichtjes mee moet nemen. Ik heb wel eens gezien dat iemand hulp nodig had op straat. Maar ja wat gaat voor: mijn geweten of mijn eigen belang? Ik kies dan toch voor mezelf.”