Kleuter zonder klas

  • Saskia Adriaens

Yousra is zes en gaat nog niet naar school. Geen enkele school waar haar moeder haar aanmeldde, wilde haar toelaten, omdat ze het syndroom van down heeft. Pas jaren later en na een klachtenprocedure kan ze binnenkort op een school starten.

Argos duikt in de zaak en ontdekt dat steeds meer kinderen al voor hun eerste schooldag thuis komen te zitten. En dat terwijl de wet passend onderwijs er juist voor moest zorgen dat voor álle kinderen een plek wordt gevonden, zoveel mogelijk in regulier onderwijs. Hoe kan dat? 

Wederhoor staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie)

1. Zijn jullie bekend met de ‘onderinstroom’ die volgens deskundigen die wij spreken zou toenemen de laatste tijd? Kinderen aan de start van hun schoolcarrière die al direct worden doorverwezen naar speciaal onderwijs maar door de wachtlijsten, daar niet altijd terecht kunnen en dus al op kleuterleeftijd thuis komen te zitten. 

De druk op het gespecialiseerd onderwijs is de afgelopen jaren toegenomen en steeds meer kinderen blijken afhankelijk van specialistische ondersteuning. Ik ken het signaal dat steeds meer jonge kinderen al vóór of vroeg in hun schoolloopbaan worden verwezen naar het gespecialiseerd onderwijs. Een deel van deze kinderen loopt het risico op een wachtlijst terecht te komen.

We onderzoeken op dit moment wat de redenen zijn van de groei van het gespecialiseerd onderwijs, en daarbij bekijken we ook of er inderdaad meer sprake is van onderinstroom en wat de redenen hiervan zijn.

Om ervoor te zorgen dat alle leerlingen naar school kunnen, zetten we in op de transitie van regulier en passend onderwijs naar inclusief onderwijs. De visie is dat (in 2035) alle kinderen op een school dichtbij huis onderwijs krijgen met de ondersteuning die nodig is, vormgegeven vanuit een sterk schoolklimaat en een goede pedagogische basis op school én daarbuiten.Voor de kinderen die dat nodig hebben blijven specialistische onderwijsvoorzieningen beschikbaar waar zij zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk terecht kunnen.  

2. Ik heb wat vragen naar aanleiding van de Kamerbrief van 20 mei door de Staatssecretaris: de Staatssecretaris merkt op (pag 6) dat het beleidskader een uitwerking is van het in 1989 ondertekende IVRK waarin de huidige beleidskoers reeds is uitgewerkt onder artikel 23. Wanneer het de ‘ambitie’ is een in 1989 vastgelegd Kinderrecht in 2035 te hebben gerealiseerd – nagenoeg een halve eeuw later – past het label ambitie dan wel? Zo ja, naar welke daartoe strekkende maatstaf?

Het recht op onderwijs en de rechten van kinderen uit het IVRK gelden al sinds 1989. De ambitie zit dan ook niet in het alsnog erkennen van dat recht want kinderen hebben al recht op onderwijs en vrijwel alle kinderen gaan ook naar school. Er wordt in het kader van passend onderwijs sinds enkele jaren hard gewerkt aan het terugdringen van het schoolverzuim, het mogelijk maken van maatwerk en de andere maatregelen uit de verbeteraanpak passend onderwijs.

Met de transitie naar inclusief onderwijs gaan we een stap verder en sluiten we nog beter aan bij dit verdrag door gericht te werken aan gelijkheid en toegankelijkheid in het onderwijs. Het uitgangspunt is dat alle kinderen met en zonder ondersteuningsbehoefte samen kunnen leren en zich samen kunnen ontwikkelen op een school dichtbij huis. Het gaat hierbij dus niet alleen om het recht op onderwijs maar ook om samen leren, ontwikkelen en participeren in een inclusieve leeromgeving. En dat is ambitieus omdat het vraagt om fundamentele veranderingen op verschillende niveaus en binnen verschillende domeinen.

De maatstaf voor het realiseren van deze ambitie wordt gevormd door de vijf doelstellingen uit het beleidskader inclusief onderwijs:

1. Alle kinderen zijn welkom op een school dichtbij huis;

2. Er is goede ondersteuning voor kinderen en schoolteams;

3. Alle kinderen leren en ontwikkelen zich;

4. Kinderen, hun ouders en het schoolteam hebben volwaardig en gelijkwaardig toegang tot een inclusieve leeromgeving;

5. Alle kinderen participeren.

Samen met alle betrokken partijen stellen we een transitieplan op in drie fases van 2027-2035, waarin deze doelstellingen uitgewerkt staan in acties en meetbare opbrengsten. Samen met de betrokken partijen wordt vastgesteld welke vooruitgang is geboekt en welke vervolgstappen nodig zijn

3. Zou de aanpak profijt kunnen hebben van de nadruk op de naleving van mensenrechtenverdragen in tegenstelling tot de huidige focus op zorg en hulpverlening? Zo nee, hoe verhoudt zich dit tot de kerndoelen inzake het Burgerschapsonderwijs in het funderend Onderwijs? Is er aandacht voor de vraag in hoeverre er in het heden mensen- (kinder-) rechten geschonden worden? Zo ja, hoe zien het toezicht, de handhaving en de sanctionering eruit?

Voor mij zijn gelijkwaardigheid en toegankelijkheid van het onderwijs het uitgangspunt: dat betekent dat ik wil toewerken naar een onderwijssysteem waarbij een veilig en stevig schoolklimaat voor elk kind, elke klas en elke leraar het uitgangspunt is. Dus niet vanuit ‘welk kind heeft welke extra ondersteuning nodig’, maar meer vanuit ‘hoe schep ik een klimaat en ondersteuningstructuur in de klas waarin iedereen zich gezien weet, ongeacht wat hij nodig heeft’. 

Ik vind het belangrijk dat we met elkaar kijken wat daarvoor nodig is als het gaat om (brede) ondersteuning voor kinderen en leraren.

 k snap dat het voor sommige scholen nu lastig is om ieder kind een plek te geven, bijvoorbeeld vanwege een tekort aan leraren maar soms ook omdat er extra hulp van buiten nodig is. 

Het schenden van rechten is daarbij wel een heel stevige term, die ook niet helemaal recht doet aan de inspanningen die vanuit diverse professionals wordt gepleegd om ieder kind goed onderwijs te kunnen geven. 

4. In het kader van inclusiviteit en het streven naar inclusief onderwijs in 2035: hoe kunnen we het dan nog regulier onderwijs en speciaal onderwijs blijven noemen? 

Dit nemen we mee in de transitie die we gaan maken de komende periode. Het onderwijs zoals dat er nu uitziet zal er inderdaad anders uit gaan zien en kinderen gaan vanaf 2035 naar inclusieve scholen, wat dan reguliere scholen zullen zijn.

Voor kinderen die dat voor langere of kortere tijd nodig hebben, blijven gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen beschikbaar. 

5. In onze uitzending laten we een moeder van een meisje met Down aan het woord. Haar dochter is op meerdere scholen afgewezen, zelfs op speciaal onderwijs cluster 3. Pas na een klacht bij de Geschillencommissie voor Passend onderwijs kan haar dochter na de zomer, als ze al 6 jaar is, toch starten op die speciaal onderwijsschool. Wat zegt dit?

Dit is schrijnend en zou voorkomen moeten kunnen worden. Elk kind verdient het om een plek in het onderwijs te hebben, en kinderen en hun ouders kunnen wanhopig zijn als het niet lukt om een passende plek te vinden.

Scholen hebben zorgplicht. Dat betekent dat als een kind zich aanmeldt het kind in principe een plek moet krijgen. Als extra ondersteuning nodig is, kan de school die aanvragen in overleg met ouders en eventueel zorgprofessionals. Pas als die extra ondersteuning aantoonbaar niet kan worden geboden, kan de school in overleg met de ouders zoeken naar een andere school die dat wel kan.

Ook wij krijgen helaas signalen dat een deel van de scholen zich niet aan deze zorgplicht houden. Daarom ga ik de regels voor zorgplicht aanscherpen en ga ik er voor zorgen dat het samenwerkingsverband passend onderwijs doorzettingsmacht krijgt voor als scholen er niet uitkomen wat de best passende plek is.

Met de transitie naar inclusief onderwijs willen we ervoor zorgen dat kinderen als dit meisje met Down, als vanzelfsprekend een plek hebben op een school dichtbij.

Op scholen die al vooroplopen met inclusief onderwijs zien we dat het voor alle kinderen fijner wordt om naar school te gaan en daar te leren. 


6. In de Kamerbrief van de staatssecretaris gaat het over het streven naar inclusief onderwijs, maar ik zie nergens wat de overheid zelf gaat doen om de transitie vorm te geven?

We willen dat in 2035 alle kinderen op een school dichtbij huis onderwijs krijgen met de ondersteuning die nodig is. Op allerlei manieren werken we hiernaartoe.

Zo bieden we scholen alvast de mogelijkheid om hiermee een start te maken. We hebben geregeld dat scholen voor regulier en speciaal onderwijs nu al de ruimte hebben om intensiever samen te werken. Zodat leerlingen of een deel van de leerlingen van een school voor gespecialiseerd onderwijs volledig naar een reguliere school kunnen, met extra ondersteuning uit het gespecialiseerd onderwijs.  

Daarbij delen we goede voorbeelden zodat scholen die hier nog mee moeten beginnen kunnen leren van meer ervaren scholen.

Samen met scholen werken we de komende tijd aan een transitieplan met daarin wat er verder nodig is voor inclusief onderwijs op alle scholen in 2035. Daarbij kijken we onder meer wat er in wetgeving geregeld moet worden en hoe het toezicht georganiseerd moet worden.

Ook kijken we hoe we de ondersteuning van leerlingen en leraren kunnen verbeteren door te investeren in lerarenteams en/of de verbinding met de jeugdhulp. 

Ondertussen nemen we allerlei maatregelen om leerlingen nù te helpen:

  • Zo zijn er meerdere mogelijkheden voor maatwerk voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben zoals digitaal afstandsonderwijs.

  • Daarnaast ontvangen samenwerkingsverbanden per 1 januari 2026 structurele middelen (23,3 miljoen euro) voor onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.

  • Ook zorgen we ervoor dat scholen het verzuimbeleid aanscherpen en een beter beeld krijgen van de afwezigheid van leerlingen door het wetsvoorstel Terugdringen Verzuim. Dit wetsvoorstel is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer.

  • Samenwerkingsverbanden hebben ouder- en jeugdsteunpunten ingericht waar ouders en kinderen terecht kunnen voor informatie.

  • Sinds vorige zomer mogen leerlingen zelf meepraten over welke extra hulp ze nodig hebben op school.

  • Om uitvallen voor te zijn, investeren we ook in brugfunctionarissen die de verbinding vormen tussen gezinnen en jeugdhulp en andere ondersteuning. 

Zoals in eerdere vragen benoemd, blijft voor de kinderen die dat nodig hebben specialistische onderwijsvoorzieningen beschikbaar waar zij zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk terecht kunnen.  

7. En wat er is geleerd van het verleden? Aangezien het beleid van de afgelopen 50 jaar alleen maar averechts heeft gewerkt: er zijn meer thuiszitters dan ooit. Dus wat gaat de overheid zelf anders doen in beleid om het wel voor elkaar te krijgen dat er inclusief onderwijs komt binnen 9 jaar?

Zoals hierboven geschetst nemen we diverse maatregelen om toe te werken naar inclusief onderwijs.

Tegelijkertijd wordt nog met betrokken partijen gewerkt aan een transitieplan. Uiteraard kijken we bij de uitwerking goed naar ervaringen uit het verleden. De komende maanden wordt bijvoorbeeld de verbeteraanpak passend onderwijs geëvalueerd waardoor ook de lessen hieruit kunnen worden meegenomen in de transitie.

Het klopt dat het aantal kinderen dat voor kortere of langere tijd niet naar school gaat, stijgt. Maar dit heeft diverse oorzaken. De toename is het grootste onder de groep kinderen die niet eerder op een school stonden ingeschreven. Dit gaat bijvoorbeeld om Oekraïense nieuwkomers die nog geen onderwijs volgen. En om jongere kinderen die nog niet altijd klaar zijn voor school. 

Gelukkig zien we dat de maatregelen zoals bij vraag 1 genoemd effect hebben op het aantal thuiszitters. Een groot gedeelte van deze kinderen gaat tijdens het schooljaar weer terug naar school of krijgt op een andere manier hulp met onderwijs.

Daar blijven we ons maximaal voor inzetten. Zodat uiteindelijk álle kinderen naar school gaan en de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. 

    Bert Wienen

    onderwijswetenschapper

    Sharon Stellaard

    onderzoeker

    Fleur Terpstra

    onderwijsjurist

    Salma

    moeder Yousra

    Wopke van Akkeren

    kinderlogopedist