Gemeenten schieten tekort: wel distributiecentra, geen woningen

X
  • Nina van Raay

Gemeenten staan toe dat bedrijven op grote schaal distributiecentra bouwen, maar denken daarbij zelden aan woonruimte voor de arbeidsmigranten die er komen werken. Bij nieuwe vergunningen ontbreekt die koppeling ondanks alle maatschappelijke ophef vrijwel volledig. Dat blijkt uit onderzoek van Argos en Cobouw onder twintig gemeenten.

En dat zal volgens experts waarschijnlijk niet zonder gevolgen blijven. Econoom Vinzenz Ziesemer “De kosten worden deels op de maatschappij afgewenteld.” 

Geen van de vijftien gemeenten die reageerden op onze vragen, en waar een groot distributiecentrum is gebouwd of binnenkort wordt verwacht, stelt eisen aan huisvesting. Dat is opvallend, want distributiecentra leveren vaak honderden banen op en lokaal zijn grote zorgen over huisvesting van deze groep. Ongeveer de helft van de arbeidsplekken gaat naar arbeidsmigranten, blijkt uit eerder onderzoek

De gevolgen van een gebrek aan huisvesting zijn al jaren zichtbaar. Arbeidsmigranten wonen vaak slecht, betalen hoge huren of raken dakloos als ze hun baan verliezen. Toch speelt dit voor gemeentes nauwelijks een rol bij het maken van nieuwe plannen. 

Weinig zicht op aantallen

Bovendien weten gemeenten vaak niet hoeveel arbeidsmigranten ze aantrekken met nieuwe centra. Slechts twee van de vijftien gemeentes die de vragen beantwoordden konden een schatting geven. Ook wordt er op veel plekken geen nieuwe woonruimte gecreëerd. Negen van de twintig gemeenten konden geen enkel recent huisvestingsproject noemen. 

Gebrek aan regie

“Ik verbaas me over de lakse reacties als je kijkt naar alle maatschappelijke en politieke ophef rond huisvesting arbeidsmigranten, komst van de logistieke dozen, overlast en mooie beloften rond brede welvaart,” zegt Cees Jan Pen.  

Pen is lector Duurzame Stedelijke Transformatie bij Fontys Hogeschool.  Hij ziet dat bouw voor huisvesting arbeidsmigranten los staat van distributiecentra en vooral vaker is gekoppeld aan werken in land- en tuinbouw, al wordt in deze sector ook geregeld melding gemaakt van misstanden. Volgens Pen spreken meer gemeenten uit dat logistieke bedrijven alleen welkom zijn als die iets toevoegen aan de regio en rekening houden met waar werknemers moeten werken. “Dit lijken vooral nog mooie woorden. Het is onbegrijpelijk dat men niet gewoon eisen stelt aan werkgevers om fatsoenlijk met je werknemers om te gaan. Werknemers werken vaak ook nog in hallen waar nauwelijks ramen zijn in een woestijnige omgeving waar het momenteel boven de 50 graden is.” 

De uitkomsten van de enquete wijzen op een structureel gebrek aan regie, ziet ook Wim Reedijk van het Expertisecentrum Flexwonen. Hij ziet weinig initiatief bij gemeentes. “En plannen van werkgevers of huisvesters (bedrijven die accommodaties bouwen en of verhuren, red.)  krijgen vaak geen groen licht." Belangen kunnen conflicteren binnen een gemeente. Een nieuw distributiecentrum is goed voor de economie, dus de verantwoordelijk wethouder zal de komst verwelkomen. Maar de wethouder die over huisvesting gaat, wordt met de problemen opgezadeld. Reedijk: “De ene wethouder praat vaak ook niet met de andere.” Zo blijft volgens hem de druk op de woningmarkt oplopen.     

Groei

In de ondervraagde gemeentes komt er de komende tijd zeker 800.000 m² distributieruimte bij. Dat kun je vergelijken met zo’n 112 voetbalvelden. Het aantal arbeidsmigranten groeit naar circa 1,2 miljoen in 2030 is de verwachting. “Bouw je een distributiecentrum, dan moet je ook nadenken over huisvesting. Dat gebeurt nu te weinig”, ziet ook Vinzenz Ziesemer van het Instituut voor Publieke Economie. 

De gemeente Zwolle geeft in de enquête aan dat ze nu samen met andere buurgemeenten in een ‘traject’ met de provincie Overijssel zitten ‘om kennis uit te wisselen over hoe gemeenten van waarde kunnen zijn in de huisvesting van arbeidsmigranten’. Ook de gemeente Zwartewaterland geeft aan dat er aan beleid gewerkt wordt. De gemeente Weert laat weten dat zij beleid hebben voor grootschalige opvang van ‘internationale werknemers’.  Dat gaat om tijdelijke vergunningen voor huisvesting, onder andere op industrieterreinen. 

Dakloosheid

Het huisvesten van arbeidsmigranten is een hoofdpijndossier voor gemeentes.  

Maar met tijdelijke oplossingen als flexwoningen en 'Short Stay’ creëer je juist een groter probleem, ziet Joost van Woelderen van Stichting belangenbehartiging arbeidsmigratie. "Op die plekken mogen arbeidsmigranten niet wonen maar slechts kort verblijven, zoals in een hotel.”   

35% van wat er op dit moment wordt gebouwd voor arbeidsmigranten is op een industrieterrein, zo bleek al uit ons onderzoek samen met Cobouw. Slechts 8% wordt in woongebied gebouwd. 

Maar als je dan je uitzendbaan verliest of je krijgt juist een vast contract, ben je ook je huisvesting kwijt. Want je mag er echt maar tijdelijk wonen. Het Leger des Heils constateerde eerder al op basis van waarnemingen dat 60% van de daklozen die zij op straat tegenkomen arbeidsmigrant is.  

Van Woelderen: “Shortstay is een grijs gebied waar het Nederlandse huurrecht niet geldt en waar inschrijven bij de gemeente meestal niet kan. Op die manier blijft een arbeidsmigrant totaal afhankelijk van het uitzendbureau voor zorgverzekering, werk en huisvesting.”   

Bovendien mogen arbeidsmigranten die in een tijdelijke huisvesting wonen geen vast contract aangaan met hun werkgever. 

En dat moet anders, signaleert ook Dolly Loomans, die promoveerde op arbeidsmigratie: “Het werk dat deze mensen doen is niet tijdelijk en degene die het werk doet is eigenlijk ook niet tijdelijk.” Haar onderzoek toonde al aan dat meer dan de helft van de arbeidsmigranten er na zes jaar nog is.   

Kosten landen lokaal

Maar wie profiteert ervan? Econoom Vinzenz Ziesemer ziet dat de kosten/baten analyse scheefloopt: “Bedrijven profiteren van de instroom van arbeidsmigranten.” Maar de kosten komen bij de maatschappij terecht. “Die landen heel lokaal.”  

Toch ziet hij voorlopig nog geen einde aan de situatie komen: “Vanuit het bedrijfsleven is het gewoon fijn die mensen hier te hebben om werk te kunnen doen, dus er is altijd een stevige lobby vanuit bedrijven die mensen nodig hebben om te zorgen dat dat gewoon mogelijk blijft.” 

Ministerie

Het ministerie van Binnenlandse zaken reageert dat zij bezig zijn met een wetsvoorstel dat gemeenten meer regie op huisvesting moet geven. "Ook is in het coalitieakkoord opgenomen dat het kabinet het wenselijk vindt dat huisvesting op orde is voordat extra werknemers worden aangetrokken.” 

Het ministerie kijkt ook kritisch naar de huisvesters die gebruik maken van ‘short stay’ of logiescfunctie om arbeidsmigranten te huisvesten zonder huurrechten. 

"Zichtbaar is dat huisvesters een beroep doen op een uitzondering in het huurrecht voor korte-duur-verhuur (short-stay), in deze uitzonderingssituatie is er geen sprake van huurbescherming. Het beroep op de uitzondering is in veel gevallen echte3r oneigenlijk." Daarom wil het ministerie de regels aanscherpen. 

Short-stay wordt in het wetsvoorstel dat binnenkort gepubliceerd wordt beperkt tot maximaal 30 nachten. Daarna geldt wél huurbescherming, ongeacht de bestemming van het pand.